Start de test

← Alle varianten van ISFP

Persoonlijkheidstype

ISFP-CM

De Ambachtsmens · Stabiel en oprecht

Zachtaardig, nuchter, vriendelijk, makkelijk in de omgang.

  • IIntrovertExtraversie
  • SPraktischOpenheid / Intellect
  • FMeelevendVriendelijkheid
  • PFlexibelConsciëntieusheid
  • CKalmEmotionele stabiliteit
  • MBescheidenEerlijkheid-Bescheidenheid

Ben jij dit? Doe de gratis test · ongeveer 8 minuten, zonder registratie

Overzicht

Je bent gereserveerd, praktisch, hartelijk en spontaan. Je leeft het liefst in het nu, geniet van concrete ervaringen en gaat conflicten en strakke schema’s uit de weg.

Je blijft kalm onder druk (hoge emotionele stabiliteit) en je bent bescheiden en rechtvaardig (hoge Eerlijkheid-Bescheidenheid). Anderen vinden je meestal betrouwbaar in een crisis en vertrouwen je graag verantwoordelijkheid toe.

De zes letters

I
Extraversie
Introvert

Je geeft de voorkeur aan kleinere groepen en rustigere omgevingen en denkt meestal na voordat je iets zegt. Introversie is niet hetzelfde als verlegenheid of angst. Dat is een aparte eigenschap (emotionele stabiliteit).

S
Openheid / Intellect
Praktisch

Je geeft de voorkeur aan het concrete, het beproefde en het praktische, en je vertrouwt meer op ervaring dan op theorie.

F
Vriendelijkheid
Meelevend

Je bent hartelijk, attent en coöperatief, en je merkt hoe het met anderen gaat.

P
Consciëntieusheid
Flexibel

Je bent spontaan en flexibel. Je houdt liever opties open en werkt in vlagen.

C
Emotionele stabiliteit
Kalm

Je blijft kalm onder druk, herstelt snel van tegenslagen en piekert zelden.

M
Eerlijkheid-Bescheidenheid
Bescheiden

Je bent oprecht en rechtvaardig, status en luxe interesseren je niet, en je vindt jezelf niet beter dan anderen.

Sterke punten

  • Je past je aan als plannen veranderen en je improviseert graag.
  • Emotionele stabiliteit (laag neuroticisme) is het sterkste persoonlijkheidscorrelaat van werktevredenheid.[1]
  • Laag neuroticisme gaat samen met een kleiner risico op angststoornissen en depressieve stoornissen.[2]
  • Emotionele stabiliteit hangt positief samen met leiderschap.[3]
  • Minder extraverte leidinggevenden behaalden betere resultaten dan extraverte als hun teams proactief waren, omdat ze beter luisterden en ideeën van teamleden overnamen.[4]
  • Lange periodes van geconcentreerd werk in je eentje liggen je goed.
  • Je houdt vast aan wat werkt en laat je minder afleiden door nieuwigheid om de nieuwigheid.
  • In teams die in het abstracte blijven hangen, ben jij vaak de nuchtere, realistische stem.
  • Zeer vriendelijke mensen gebruiken in conflicten constructievere strategieën en laten ze minder vaak escaleren.[5]
  • Vriendelijke mensen worden vaker als vriend gekozen.[6]
  • Eerlijkheid-Bescheidenheid hoort bij de sterkste voorspellers onder de basiseigenschappen van eerlijk, coöperatief gedrag in economische spellen.[7]
  • Eerlijkheid-Bescheidenheid is de sterkste HEXACO-voorspeller van weinig afwijkend gedrag op het werk (diefstal, sabotage, wangedrag).[8]

Waar je op moet letten

  • Omdat je zelden van je stuk raakt, onderschat je misschien hoe gestrest anderen zijn. Vraag het in plaats van het aan te nemen.
  • Lagere consciëntieusheid hangt samen met gewoonten die uitstelgedrag in de hand werken en met riskanter gezondheidsgedrag (voeding, beweging, middelengebruik).[9]
  • Over alle beroepen heen voorspelt lagere consciëntieusheid gemiddeld lagere werkprestaties.[10]
  • Misschien steek je je prestaties onder stoelen of banken of zie je af van onderhandelen. Op een eerlijke manier voor jezelf opkomen is geen opschepperij.
  • Beloningen die op status draaien (titels, extraatjes) motiveren je misschien niet. Kies functies waarin een missie of goed vakmanschap de beloning is.
  • Vriendelijkheid hangt negatief samen met inkomen, en het effect is bij mannen het grootst.[11]
  • Misschien vind je het lastig om nee te zeggen of voor jezelf te onderhandelen. Bereid je verzoeken van tevoren voor.
  • Netwerken en jezelf presenteren kosten je misschien bewuste moeite. Of iemand naar voren komt als leider, hangt samen met extraversie.[3]
  • In experience-samplingstudies meldden mensen een betere stemming op momenten dat ze zich extraverter gedroegen. Dat gold ook voor introverte mensen. Het is een hulpmiddel dat je kunt gebruiken, geen verplichting.[12]
  • Openheid voorspelt succes in opleidingen op het werk. Reken in snel veranderende vakgebieden op extra moeite om bij te blijven.[10]
  • Misschien wijs je onbekende ideeën te snel af. Probeer ze eerst op kleine schaal uit voordat je beslist.

Werk en loopbaan

Interessegebieden waar je eigenschappen naar neigen (RIASEC van Holland)[13]
Praktisch-technisch: Werk met je handen, met gereedschap, machines, planten of dieren.
ElektricienVliegtuigmonteurCiviel ingenieurLandmeterKokMedewerker natuurbeheer
Sociaal: Lesgeven, helpen, zorgen voor en ontwikkelen van mensen.
LeraarVerpleegkundigeCounselorMaatschappelijk werkerFysiotherapeutHR-adviseur
Conventioneel: Gegevens, administratie en procedures nauwkeurig ordenen.
BoekhouderActuarisFinancieel analistJuridisch medewerkerLogistiek coördinatorDatabasebeheerder

Persoonlijkheid voorspelt interesses maar matig, dus zie deze als startpunten. Je interesses, vaardigheden en waarden zijn belangrijker dan je type.

  • Functies met afwisseling en korte feedbackrondes passen bij je. Leen structuur van hulpmiddelen, deadlines en teamgenoten.
  • Lage extraversie gaat samen met minder interesse in ondernemend en sociaal werk. Deze verbanden zijn maar matig, dus het is beter om interesses rechtstreeks te meten.[13]
  • Zoek functies met beschermde tijd voor geconcentreerd werk en met schriftelijke of asynchrone communicatie.
  • Lagere openheid gaat samen met minder interesse in artistiek en onderzoekend werk. Praktische, technische en procedurele functies passen vaak beter.[13]
  • Vriendelijkheid hangt samen met sociale interesses (lesgeven, helpen, gezondheidszorg).[13]
  • Over alle beroepen heen voorspelt vriendelijkheid de algemene werkprestaties maar zwak.[10]
  • Je bent geschikt voor omgevingen met veel druk: spoedeisende hulp, operationeel management, handel op de financiële markten, leidinggeven, een eigen bedrijf opzetten.
  • Je kunt goed zijn in functies waarin vertrouwen doorslaggevend is, zoals financieel toezicht, compliance, gezondheidszorg, onderzoeksintegriteit, overheidsdienst en mediation.

Liefde en relaties

  • Laag neuroticisme bij een van beide partners is een van de robuustste voorspellers van tevredenheid en stabiliteit in een relatie.[14][15]
  • Een hogere vriendelijkheid van een partner gaat samen met een hogere tevredenheid over de relatie.[14]
  • In 10 wereldregio’s hing lagere consciëntieusheid samen met ontrouw in relaties. Uitgesproken afspraken helpen.[16]
  • De consciëntieusheid van een partner hangt samen met tevredenheid, dus het telt om kleine beloften na te komen.[14]
  • Een hoge Eerlijkheid-Bescheidenheid betekent weinig overlap met de manipulatieve eigenschappen van de „duistere triade”, die vertrouwen vaak ondermijnen.[17]
  • Introversie voorspelt de tevredenheid over de relatie maar zwak. Gereserveerd zijn is op zichzelf geen probleem voor de match.[14]
  • Verschillen in openheid tussen partners maken gemiddeld weinig uit voor de tevredenheid.[14][18]

Vriendschap

  • Misschien sluit je langzamer vriendschappen. Extraversie voorspelt eerder hoeveel vrienden mensen maken dan hoe hecht die vriendschappen worden.[6][19]
  • Terugkerende, rustige afspraken (een wekelijkse wandeling, een vast telefoongesprek) bouwen nabijheid op zonder je uit te putten.
  • Vriendelijkheid helpt vriendschappen te ontstaan en te blijven bestaan, omdat mensen zich bij jou veilig voelen.[19]
  • Mensen vertrouwen je geheimen toe en rekenen op je eerlijke oordeel, een kernbestanddeel van hechte vriendschap.
  • Met jou is het leuk en ongecompliceerd. Zet herinneringen voor verjaardagen en om weer eens van je te laten horen.
  • In een crisis leunen vrienden vaak op jou. Zorg dat de steun in beide richtingen gaat.
  • Gedeelde activiteiten (sport, klussen en bouwen, koken) vormen vaak de ruggengraat van je vriendschappen.

Stress en welzijn

  • Emotionele stabiliteit hoort bij de sterkste persoonlijkheidsvoorspellers van welzijn.[20]
  • Gemiddeld melden introverte mensen iets minder positief affect dan extraverte. Emotionele stabiliteit is belangrijker voor welzijn.[20]
  • Consciëntieusheid hangt samen met levenstevredenheid, dus investeren in structuur van buitenaf loont.[20]
  • Vriendelijkheid hangt matig positief samen met welzijn.[20]
  • Eerlijkheid-Bescheidenheid hangt in het algemeen samen met prosociale en ethische uitkomsten op veel levensterreinen.[21]
  • Openheid hangt maar zwak samen met levenstevredenheid. Praktisch ingesteld zijn kost je niets aan welzijn.[20]

Persoonlijke groei

  • Oefen met gevoelens hardop benoemen. Kalmte kan op anderen overkomen als afstand.
  • Mensen die zich concrete doelen stelden om een eigenschap te veranderen, lieten over een periode van maanden meetbare veranderingen zien.[22]
  • Zie assertiviteit als een vaardigheid die je kunt leren. Vriendelijk zijn en duidelijk zeggen wat je nodig hebt, gaan prima samen.
  • Plan sociale tijd in vormen die je leuk vindt, en plan daarna tijd om bij te komen.
  • Zet vóór beoordelingsgesprekken en onderhandelingen je bijdragen op een rij, zodat je bescheidenheid ze niet onzichtbaar maakt.
  • Kies telkens één nieuwe vaardigheid of ervaring, gekoppeld aan iets nuttigs wat je toch al doet.

Hoe sterk zijn deze bevindingen?

De verbanden tussen eigenschappen en uitkomsten die hier worden genoemd, zijn echt en herhaalbaar, maar afzonderlijk bescheiden. Typische correlaties zijn r ≈ 0,10–0,30: eigenschappen verschuiven de kansen, ze bepalen de uitkomst niet. Een groot replicatieproject herhaalde ongeveer 87% van de geteste verbanden tussen eigenschappen en uitkomsten, meestal met iets kleinere effecten dan oorspronkelijk gerapporteerd.[25] Zinnen zonder bronvermelding zijn praktische suggesties, geen onderzoeksresultaten.

Bronnen

  1. Judge, T. A., Heller, D., & Mount, M. K. (2002). Five-factor model of personality and job satisfaction: A meta-analysis. Journal of Applied Psychology, 87(3), 530–541.
  2. Kotov, R., Gamez, W., Schmidt, F., & Watson, D. (2010). Linking "big" personality traits to anxiety, depressive, and substance use disorders: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 136(5), 768–821.
  3. Judge, T. A., Bono, J. E., Ilies, R., & Gerhardt, M. W. (2002). Personality and leadership: A qualitative and quantitative review. Journal of Applied Psychology, 87(4), 765–780.
  4. Grant, A. M., Gino, F., & Hofmann, D. A. (2011). Reversing the extraverted leadership advantage: The role of employee proactivity. Academy of Management Journal, 54(3), 528–550.
  5. Jensen-Campbell, L. A., & Graziano, W. G. (2001). Agreeableness as a moderator of interpersonal conflict. Journal of Personality, 69(2), 323–362.
  6. Selfhout, M., Burk, W., Branje, S., Denissen, J., van Aken, M., & Meeus, W. (2010). Emerging late adolescent friendship networks and Big Five personality traits: A social network approach. Journal of Personality, 78(2), 509–538.
  7. Thielmann, I., Spadaro, G., & Balliet, D. (2020). Personality and prosocial behavior: A theoretical framework and meta-analysis. Psychological Bulletin, 146(1), 30–90.
  8. Pletzer, J. L., Bentvelzen, M., Oostrom, J. K., & de Vries, R. E. (2019). A meta-analysis of the relations between personality and workplace deviance: Big Five versus HEXACO. Journal of Vocational Behavior, 112, 369–383.
  9. Bogg, T., & Roberts, B. W. (2004). Conscientiousness and health-related behaviors: A meta-analysis of the leading behavioral contributors to mortality. Psychological Bulletin, 130(6), 887–919.
  10. Barrick, M. R., & Mount, M. K. (1991). The Big Five personality dimensions and job performance: A meta-analysis. Personnel Psychology, 44(1), 1–26.
  11. Judge, T. A., Livingston, B. A., & Hurst, C. (2012). Do nice guys—and gals—really finish last? The joint effects of sex and agreeableness on income. Journal of Personality and Social Psychology, 102(2), 390–407.
  12. Fleeson, W., Malanos, A. B., & Achille, N. M. (2002). An intraindividual process approach to the relationship between extraversion and positive affect: Is acting extraverted as "good" as being extraverted? Journal of Personality and Social Psychology, 83(6), 1409–1422.
  13. Larson, L. M., Rottinghaus, P. J., & Borgen, F. H. (2002). Meta-analyses of Big Six interests and Big Five personality factors. Journal of Vocational Behavior, 61(2), 217–239.
  14. Malouff, J. M., Thorsteinsson, E. B., Schutte, N. S., Bhullar, N., & Rooke, S. E. (2010). The five-factor model of personality and relationship satisfaction of intimate partners: A meta-analysis. Journal of Research in Personality, 44(1), 124–127.
  15. Karney, B. R., & Bradbury, T. N. (1995). The longitudinal course of marital quality and stability: A review of theory, method, and research. Psychological Bulletin, 118(1), 3–34.
  16. Schmitt, D. P. (2004). The Big Five related to risky sexual behaviour across 10 world regions: Differential personality associations of sexual promiscuity and relationship infidelity. European Journal of Personality, 18(4), 301–319.
  17. Lee, K., & Ashton, M. C. (2005). Psychopathy, Machiavellianism, and narcissism in the Five-Factor Model and the HEXACO model of personality structure. Personality and Individual Differences, 38(7), 1571–1582.
  18. Dyrenforth, P. S., Kashy, D. A., Donnellan, M. B., & Lucas, R. E. (2010). Predicting relationship and life satisfaction from personality in nationally representative samples from three countries: The relative importance of actor, partner, and similarity effects. Journal of Personality and Social Psychology, 99(4), 690–702.
  19. Harris, K., & Vazire, S. (2016). On friendship development and the Big Five personality traits. Social and Personality Psychology Compass, 10(11), 647–667.
  20. Steel, P., Schmidt, J., & Shultz, J. (2008). Refining the relationship between personality and subjective well-being. Psychological Bulletin, 134(1), 138–161.
  21. Zettler, I., Thielmann, I., Hilbig, B. E., & Moshagen, M. (2020). The nomological net of the HEXACO model of personality: A large-scale meta-analytic investigation. Perspectives on Psychological Science, 15(3), 723–760.
  22. Hudson, N. W., & Fraley, R. C. (2015). Volitional personality trait change: Can people choose to change their personality traits? Journal of Personality and Social Psychology, 109(3), 490–507.
  23. McCrae, R. R., & Costa, P. T. (1989). Reinterpreting the Myers-Briggs Type Indicator from the perspective of the five-factor model of personality. Journal of Personality, 57(1), 17–40.
  24. Ashton, M. C., & Lee, K. (2007). Empirical, theoretical, and practical advantages of the HEXACO model of personality structure. Personality and Social Psychology Review, 11(2), 150–166.
  25. Soto, C. J. (2019). How replicable are links between personality traits and consequential life outcomes? The Life Outcomes of Personality Replication Project. Psychological Science, 30(5), 711–727.

ISFP-CM in de diepte

Ben jij dit?

Krijg je eigen percentielscores op alle zes eigenschappen.

Doe de gratis test